|

Illusie en werkelijkheid
Op welke dag of wat voor tijdstip je ook bij het Van Gogh Museum komt, het is er altijd druk. Hebben onze Van Gogh`s dan wereldwijd zo`n sterke aantrekkingskracht? Ik denk het wel. Wanneer je in de hal staat hoor je vreemde talen om je heen en zie je Japanners, Chinezen, Amerikanen, etc. In de souvenirwinkel is het vaak dringen geblazen en de waanzinnigste gadgets vliegen over de toonbank, zolang er maar iets van Van Gogh op staat. Er is zelfs al een exclusieve Hollandse omafiets met zonnebloemprint op kettingkast en jasbeschermer!
Vandaag komen wij niet voor Van Gogh. We komen voor de tentoonstelling "Illusie en werkelijkheid" over het naturalisme. Om eerlijk te zijn moet ik toegeven dat ik tot op heden vrij onbekend was met het begrip naturalisme. Raadpleging van het altijd handige wikipedia leert ons dat het hier gaat om een uiterst veelomvattend begrip. Eigenlijk kunnen we spreken van een stroming binnen kunst, literatuur en filosofie die is ontstaan in de tweede helft van de 19e eeuw (er valt bijvoorbeeld te denken aan een schilder als Caravaggio). Wanneer je de filosofische definitie van het naturalisme opzoekt, krijg je de volgende omschrijving te zien: "Positie die stelt dat er maar één systeem in de werkelijkheid is, namelijk het (totale) systeem van alle werkelijke objecten en gebeurtenissen in ruimte/tijd ons bekend als `natuur` en hiermee het bovennatuurlijke afwijst. De natuur is alles wat er is"
Het Van Gogh Museum heeft voor deze tentoonstelling gekozen voor realistische kunstenaars uit Frankrijk, Rusland, Finland, Engeland, Hongarije en Zweden uit de periode 1875-1918 De schilderijen worden gepresenteerd in een zeer overzichtelijk geheel waarbij de onderwerpen in een aantal categorieën zijn ondergebracht, waaronder jeugd, religie, industrie, stad en platteland. Leuke bijkomstigheid is dat foto`s en schilderijen bij elkaar hangen zodat je schilderijen, geschiedenis, overeenkomsten en inspiratiebronnen in één beeld vangt. Ik moet bekennen dat ik doorgaans aan het eind van een tentoonstellingsbezoek vaak al zoveel beelden verwerkt heb dat er nauwelijks meer absorptievermogen over is zodat foto- en of videomateriaal er nog wel eens bij in wil schieten. Eigenlijk jammer want daardoor mis je vaak een hoop belangrijke informatie. Het is hoe dan ook erg belangrijk dat je voldoende tijd uittrekt om een tentoonstelling geconcentreerd en op je gemak te kunnen bekijken. Ook hangen er op op tentoonstellingen naar mijn idee wel eens teveel schilderijen en dan heb je de neiging om naar het eind toe steeds sneller te gaan lopen. Bij "Illusie en werkelijkheid" is het aantal werken uitstekend gedoceerd.
Cursisten willen nog wel eens klagen over het gebrek aan inspiratie. Dat roept bij mij soms een gevoel van verontwaardiging op. Zelf heb ik tweehonderdvijftig jaar nodig om te schilderen wat ik zou willen schilderen en zelfs dan blijft er nog veel liggen. Bij schilders als Lépage, Thiollier, Friant en Edelfelt was dat al niet anders. Laatstgenoemde kreeg hiervoor slechts eenenvijftig jaar de tijd. Hij en de andere kunstenaars van de tentoonstelling zochten hun schilderonderwerpen in alledaagse dingen. Alles wat bij het leven, de natuur hoort. Zoals de dood. Geen vrolijk onderwerp en als je het meesterwerk "Overtocht van de kist met het dode kind" van Albert Edelfelt

van een afstandje bekijkt, lijkt het hier op het eerste gezicht te gaan om een heerlijk boottochtje op een prachtige zonnige dag. Maar al snel zie je de bedrukte gezichten van de mensen in de boot en zie je het blauwe doodskistje. De ouders, oma en het meisje die hun kind, kleinkind en broertje of zusje naar de laatste rustplaats brengen. Het werk is zó geschilderd dat je de stilte hoort en de peddels waarmee de boot langzaam door het water wordt voortgestuwd. Heel indrukwekkend. Niet voor niets won de Finse realist met dit schilderij een prijs op de Salon van 1880. Overeenkomstig brak zijn landgenoot en collega Akseli Gallen-Kallela, met het eveneens vertegenwoordigde schilderij "De jongen met de kraai" ook internationaal door. We kennen het schilderij nog van de overzichtstentoonstelling in 2007 in het Groninger Museum. Grappig om dat schilderij weer tegen te komen in een heel andere omgeving.
De schilderijen die je op deze tentoonstelling te zien krijgt zou je eigenlijk genrestukken uit alledaagse leven kunnen noemen. Op grote tentoonstellingen zoals die van Waterhouse en Millais zagen we doorgaans afgebeelde scenes uit de mythologie, religie en politiek. De schrijver en kunstcriticus Emile Zolá moedigde de kunstenaars aan om gewone mensen af te beelden. In tegenstelling tot de impressionisten die de gewone wereld weliswaar op hun doeken vastlegden, maar daarbij meer letten op nieuwe kleuren, ander licht en een andere verftoets, schilderden de naturalisten zeer realistisch en met een herkenbare thematiek en vaak dramatiek. Van dramatiek getuigt bijvoorbeeld ook het schilderij "Dakloos" van Fernand Pelez, waarbij een eenzame moeder en haar vijf kinderen in oude lompen tegen een stenen muur zitten. Op de muur achter de dakloze familie is nog net een stukje van een poster zichtbaar waarop te lezen staat: "grande fête musicale et dansante". Een schrijnend contrast. Veel schilderijen en foto`s, met name over mijnwerkers, landbouwers en arme gezinnen geven een beeld weer van armoede die ontstond door (concurentie van) de toenemende industrialisatie. Er lagen weliswaar kansen voor jongeren om ambachten te leren maar de arbeidsomstandigheden waren toen heel anders dan in onze huidige tijd, waardoor ontevredenheid zich uitte in stakingen en opstand. Voor kunstenaars in die tijd dankbare schilderonderwerpen en mogelijkheden om de problematiek van het "gewone volk" weer te geven.
Nu zult u zich afvragen: is het dan allemaal kommer en kwel? Nee. Er zijn ook schilderijen met liefelijke taferelen zoals "Mooie dagen" van Jules-Alexis Muenier. Een familiemaaltijd op de veranda op een zwoele zomeravond ergens in Frankrijk. Of "Jardin du Luxembourg" van Albert Edelfelt,

welke me kwa sfeer zelfs een beetje doet denken aan "Le Moulin de la Galette" van Renoir. De expositie besluit met een blokje religie. Vaak lijkt het of religieuze schilderijen iets bovenaards of ongrijpbaars weergeven. Bij de naturalisten is dat anders. Het is mooi om te zien dat Fritz von Uhde in zijn schilderij "Laat de kinderen tot Mij komen" Jezus plaatst in een eigentijdse context. In een gewone Beierse boerderij, omringd door boerenkinderen in eenvoudige kleding. Hij was (en is) één van ons.
De tentoonstelling "Illusie en werkelijkheid' is nog te zien tot 16 januari a.s. ( www.vangoghmuseum.nl ) Leuk voor in de kerstvakantie!
Klaas-Jan Mulder |